Op het vliegveld aangekomen wordt ik meteen geconfronteerd met de realiteit van het droge Zuiden: er is hier geen stromend water. En je kunt het toilet dus niet doorspoelen. Hmmm, dat is even wennen. Wat te doen met het toiletpapier? Zo te zien gaat dat in een grote emmer in de hoek van het smoezelige hokje. Ik probeer mijn handen zo goed en kwaad als het gaat een beetje te wassen in de bak water die naast de gootsteen staat. Aan de kleur te zien was dit bij nader inzien niet zo’n goed idee.
Ik vis mijn belachelijke grote tas van de band – alleen het hoognodige pakken blijft een opgave voor me. Er komt er een jongen met een grote lach op zijn gezicht op me afgelopen. Of ik Mariaaka ben.
Hoe heeft Rado -de WFP chauffeur uit Ambovombe zoals later blijkt- me zo snel kunnen herkennen tussen al deze Wahaza? De toon is met deze vrolijke begroeting in ieder geval meteen gezet. Hij neemt de grote tas van me over (ik schaam me meteen voor alle troep die ik wederom heb meegesleept) en zet hem achterin de 4x4 die buiten geparkeerd staat. Tot mijn verbazing regent het. Is dit nou het arme droge Zuiden? Weer moet ik lachen om de teleurgestelde gezichten van de toeristen die ondertussen ook naar buiten komen druppelen en onmiddelijk door de vele taxichauffeurs belaagd worden. Helaas geen strandweer vandaag!
Ik nestel me in de comfortabele bijrijdersstoel en Rado zet Malagassische muziek aan. Op naar Ambovombe!
De drie uur durende rit die erop volgt is geweldig. Vanaf Fort Dauphin tot Amboasary (zo’n 52 kilometer) is het landschap prachtig groen. De weg is hier en daar geasfalteerd, maar de vele gigantische kuilen verraden dat het laatste wegonderhoud jaren geleden is geweest. We passeren mannen op fietsen met kleurige regenjassen en vrouwen en kinderen die te voet op weg zijn naar het volgende dorp. We stoppen op een van de kleurrijke marktjes langs de kant van de weg om lychees en papayas voor onze collega’s in Ambovombe te kopen. Iedereen gaapt ons aan en hier en daar klinkt een giegelend “Wahaza”. Ongelofelijk, een gigantische mand met zeker 300 lychees kost maar 3000 Ariary!(1euro50) De mand wordt ingepakt met grote groene bananenbladeren en gaat achterin, naast mijn spullen.
Vlak voor aankomst in Amboasary -waar ik het WFP hoofddepot van de Zuidelijke regio ga bekijken- zit onze tot dan toe voorspoedige reis even tegen: de grote brug die we moeten oversteken om Amboasary te bereiken is geblokkeerd. Rado probeert – na wat Alpha Bravo Tangotaal- contact met de suboffice te krijgen om om inlichtingen te vragen, maar zonder resultaat.
Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mohammed. En zo gaan wij, als we niet over de brug kunnen, door de rivier.
Rado stuurt een jongetje uit het dorp de rivier in om te peilen hoe hoog het water staat en ik vraag me ondertussen af of dit wel zo’n goed idee is. Het water is meer dan een meter hoog en er staat zo te zien ook veel stroming.
We sluiten de ramen, en rijden een stukje verder de oever op om een goede “aanloop” te nemen. Met grote vaart rijden we het water in, dat binnen no time over de motorkap stroomt en tot aan mijn raam reikt. Dat is nog eens wat anders dan op de A4 in de file staan! Even later staan we weer hoog en droog aan de overkant en vervolgen onze reis. En voel ik me net Indiana Jones ;-)
woensdag 12 november 2008
dinsdag 11 november 2008
Donderdag 6 november: Tana – Fort Dauphin
Geheel onverwachts was er nog een plekje vrij op de vlucht Antananarivo-Fort Dauphin en vloog ik vandaag eerder dan verwacht richting het Zuiden. Eindelijk! Ik keek er al lang naar uit om het drukke en regenachtige Tana tijdelijk in te ruilen voor de hitte en het avontuur van la brousse (oftewel de bush).
5 uur ‘s ochtends staat Pascal, een van de WFPchauffeurs, al klaar om me op te pikken. Nog half gaar van het iets-later-dan-verwacht-uitgepakte afscheidsdineetje de avond ervoor stap ik in de auto.
Eindelijk! Op naar het Zuiden! Werken aan vragenlijsten in Tana is interessant, maar ik ben er nu echt aan toe om er zelf op uit te trekken en te gaan bekijken hoe de schoolkantines functioneren in het droge, arme en volgens velen vergeten Zuiden. Zeker na alle spookverhalen – “Er is daar geen water!”- sta ik te popelen om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Nou ja, popelen, dat doe ik wel na een uurtje slaap in het vliegtuig ;-)
Vliegveld Tana, inchecken, belabberde security check (ik loop zo door met mijn literfles water) op naar de bar voor wat koffie. Wanneer ik mijn spullen pak om alvast wat te werken, wordt ik aangesproken door een groep toeristen naast me. “Oh la la, le bon matin et ca travaille déjà!” Aan hun bruine koppen af te lezen gaat deze groep mannen van middelbare leeftijd richting Fort Dauphin om lekker verder te bakken op het strand. Ik kan een kleine grinnik niet onderdrukken: Ik heb wel wat beters te doen dan de aangebrande toerist uit te hangen. Ik ga eindelijk het veld in!
Het vliegtuig is bomvol. Voor het merendeel (Franse) toeristen.Voor zover ik in kan schatten bestaat de rest van de menselijke belading uit NGO- of UN-mensen. Geen zakenmannen, kennelijk valt er niks te halen in het Zuiden. En al helemaal geen Malagassi. Voor de meeste van hen is een vlucht van 250 euro nou eenmaal onbetaalbaar.
Wanneer ik een kwartier later uit het raampje van het vliegtuig kijk ben ik op slag vergeten hoe moe ik ben. Een lange rits rijstvelden slingert door het berglandschap. Het water schittert in de zon. De ochtendzon breekt door de paar wolken die nog niet vertrokken zijn na de nacht. Prachtig. Wat ben ik blij dat ik hier ben.
In plaats van een uurtje te slapen blijf ik de rest van de anderhalf uur durende vlucht aan het raampje van het vliegtuig gekluisterd. Ik wil niks missen van deze vlucht die van mij wel veel langer zou mogen duren…
5 uur ‘s ochtends staat Pascal, een van de WFPchauffeurs, al klaar om me op te pikken. Nog half gaar van het iets-later-dan-verwacht-uitgepakte afscheidsdineetje de avond ervoor stap ik in de auto.
Eindelijk! Op naar het Zuiden! Werken aan vragenlijsten in Tana is interessant, maar ik ben er nu echt aan toe om er zelf op uit te trekken en te gaan bekijken hoe de schoolkantines functioneren in het droge, arme en volgens velen vergeten Zuiden. Zeker na alle spookverhalen – “Er is daar geen water!”- sta ik te popelen om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Nou ja, popelen, dat doe ik wel na een uurtje slaap in het vliegtuig ;-)
Vliegveld Tana, inchecken, belabberde security check (ik loop zo door met mijn literfles water) op naar de bar voor wat koffie. Wanneer ik mijn spullen pak om alvast wat te werken, wordt ik aangesproken door een groep toeristen naast me. “Oh la la, le bon matin et ca travaille déjà!” Aan hun bruine koppen af te lezen gaat deze groep mannen van middelbare leeftijd richting Fort Dauphin om lekker verder te bakken op het strand. Ik kan een kleine grinnik niet onderdrukken: Ik heb wel wat beters te doen dan de aangebrande toerist uit te hangen. Ik ga eindelijk het veld in!
Het vliegtuig is bomvol. Voor het merendeel (Franse) toeristen.Voor zover ik in kan schatten bestaat de rest van de menselijke belading uit NGO- of UN-mensen. Geen zakenmannen, kennelijk valt er niks te halen in het Zuiden. En al helemaal geen Malagassi. Voor de meeste van hen is een vlucht van 250 euro nou eenmaal onbetaalbaar.
Wanneer ik een kwartier later uit het raampje van het vliegtuig kijk ben ik op slag vergeten hoe moe ik ben. Een lange rits rijstvelden slingert door het berglandschap. Het water schittert in de zon. De ochtendzon breekt door de paar wolken die nog niet vertrokken zijn na de nacht. Prachtig. Wat ben ik blij dat ik hier ben.
In plaats van een uurtje te slapen blijf ik de rest van de anderhalf uur durende vlucht aan het raampje van het vliegtuig gekluisterd. Ik wil niks missen van deze vlucht die van mij wel veel langer zou mogen duren…
Abonneren op:
Posts (Atom)