Eindelijk is het dan zover: Ik ga de scholen bezoeken. Ik begin in Ambovombe en zal daarna verder westwaarts, richting het afgelegen Beloha en Tshiombe trekken. De week erna reis ik terug naar Ambovombe om van daaruit langs de Oostkust verder Noordwaarts naar Manantenina te reizen. Ik zal in drie weken een paar honderd kilometer afleggen en zo’n 20 scholen bezoeken.
Ik ben benieuwd of ik er aan de hand van mijn vragenlijsten in zal slagen een beter beeld te krijgen van het functioneren van de schoolkantines. Ik hoop door middel van de interviews te achterhalen welke kennis er nog ontbreekt, zodat ik weet wat ik moet benadrukken in de communication tools. Wel spannend, want ik heb geen enkele ervaring met dit soort onderzoeken. Verder ben ik in mijn eentje verantwoordelijk voor het hele proces, van het inwinnen van de informatie door middel van de interviews, tot het ontwikkelen en laten drukken van de uiteindelijke communication tools (in de vorm van geplastifieerde posters en manuels). Ik zal me in ieder geval niet vervelen tot eind maart. En...als alles volgens plan verloopt kan ik nog voor vertrek de aftrap geven voor het drukken van de 2000 (!) posters. Een ding is duidelijk, ik hoef hier niet alleen maar te kopieren of koffie te zetten :)
woensdag 17 december 2008
woensdag 10 december 2008
zondag 7 december 2008
zaterdag 6 december 2008
On va bouger bouger!
Na een lange, drukke en vooral bloedhete eerste dag at suboffice Ambovombe (ik moet immers als een speer mijn questionnaires afmaken aangezien ik maandag al de eerste scholen ga bezoeken) ben ik wel toe aan wat ontspanning. En ik val meteen met mijn neus in de boter: Het jaarlijkse 3-daagse muziekfestival valt precies in mijn eerste weekend. Op het dorpsplein (of meer dorpsveld), niet ver van het kantoor, is een groot podium geplaatst. Aan weerszijden van het grote gevaarte heeft half ondernemend Ambovombe houten eettentjes en barretjes in elkaar getimmerd. Ook al stellen de bouwwerken niet veel voor, aan de aankleding is veel aandacht besteed: Gekleurde tafelkleedjes, slingers van plastic bloemen, papieren vlaggetjes... Het doet me een beetje aan de tropische versie van Lowlands denken. Het is duidelijk dat het hier vanavond allemaal gaat gebeuren.
Nadat ik en Anna (mijn Finse collega en huisgenoot) onze party-oufits uit de kast hebben getrokken (in de bush wonen is natuurlijk geen excuus om er belabberd bij te lopen) gaan we op pad. Het is al donker, maar de maan verlicht het zanderige paadje richting het centrum. We volgen de muziek, het feest is al begonnen!
De avond- en nacht- die erop volgt is geweldig: We smullen van al het lekkers dat in de barretjes verkocht wordt (het kan me even niks schelen dat we er misschien ziek van worden), verbazen ons over de traditionele strijdersdansen die opgevoerd worden, drinken (natuurlijk) rum-cola en dansen tot we niet meer kunnen. De locals om ons heen blijven eerst argwanend op een afstandje en bestuderen wat lacherig onze Europese -niet al te professionele- danstechnieken. Een aantal van hen staart ons zelfs met open mond aan, kennelijk ben ik niet de enige die vanavond nieuwe dingen ziet ;-)
Al snel gaan we echter op in de dansende menigte en proberen een paar jongeren ons zelfs de typische Androy-dans te leren (wat natuurlijk onbegonnen werk is).
Na mijn niet zo positieve ervaring met het Oktoberfest in Tana is het festival een Ambovombe een verademing. Iedereen is zo rustig en beleefd. Niemand probeert zich naar voren te dringen, geen geduw en getrek. Geen ruzies, geen vechtpartijen. Mensen respecteren elkaar en elkaars ruimte. En toch doet dat niks af aan de uitgelaten sfeer. Helemaal vooraan blijven de mensen- vreemd genoeg – op zo’n twee meter afstand van het podium. Waarom komt er niemand dichterbij? Het is een prima plek om wat foto’s te maken. En dat doe ik dan ook. Nog geen twee minuten later deinst de hele groep feestgangers achter me ineens terug. Ik kijk om en zie drie politie-agenten iedereen die de onzichtbare lijn over is gegaan met een stok terug de menigte in slaan. Ook de paar kinderen, die samen met mij naar voren zijn gelopen, krijgen rake klappen. Mij laten ze met rust. Wat belachelijk. Als iemand in het gareel gehouden moet worden zijn het wel de politie-agenten zelf. Geschrokken voeg ik me niet veel later snel weer bij de andere feestgangers.
Behalve deze achterlijke vertoning van de arm der wet is de eerste avond een groot succes. Morgen en overmorgen zal het feest doorgaan, net zolang tot de zon maandagochtend opkomt. Dat belooft wat!




Nadat ik en Anna (mijn Finse collega en huisgenoot) onze party-oufits uit de kast hebben getrokken (in de bush wonen is natuurlijk geen excuus om er belabberd bij te lopen) gaan we op pad. Het is al donker, maar de maan verlicht het zanderige paadje richting het centrum. We volgen de muziek, het feest is al begonnen!
De avond- en nacht- die erop volgt is geweldig: We smullen van al het lekkers dat in de barretjes verkocht wordt (het kan me even niks schelen dat we er misschien ziek van worden), verbazen ons over de traditionele strijdersdansen die opgevoerd worden, drinken (natuurlijk) rum-cola en dansen tot we niet meer kunnen. De locals om ons heen blijven eerst argwanend op een afstandje en bestuderen wat lacherig onze Europese -niet al te professionele- danstechnieken. Een aantal van hen staart ons zelfs met open mond aan, kennelijk ben ik niet de enige die vanavond nieuwe dingen ziet ;-)
Al snel gaan we echter op in de dansende menigte en proberen een paar jongeren ons zelfs de typische Androy-dans te leren (wat natuurlijk onbegonnen werk is).
Na mijn niet zo positieve ervaring met het Oktoberfest in Tana is het festival een Ambovombe een verademing. Iedereen is zo rustig en beleefd. Niemand probeert zich naar voren te dringen, geen geduw en getrek. Geen ruzies, geen vechtpartijen. Mensen respecteren elkaar en elkaars ruimte. En toch doet dat niks af aan de uitgelaten sfeer. Helemaal vooraan blijven de mensen- vreemd genoeg – op zo’n twee meter afstand van het podium. Waarom komt er niemand dichterbij? Het is een prima plek om wat foto’s te maken. En dat doe ik dan ook. Nog geen twee minuten later deinst de hele groep feestgangers achter me ineens terug. Ik kijk om en zie drie politie-agenten iedereen die de onzichtbare lijn over is gegaan met een stok terug de menigte in slaan. Ook de paar kinderen, die samen met mij naar voren zijn gelopen, krijgen rake klappen. Mij laten ze met rust. Wat belachelijk. Als iemand in het gareel gehouden moet worden zijn het wel de politie-agenten zelf. Geschrokken voeg ik me niet veel later snel weer bij de andere feestgangers.
Behalve deze achterlijke vertoning van de arm der wet is de eerste avond een groot succes. Morgen en overmorgen zal het feest doorgaan, net zolang tot de zon maandagochtend opkomt. Dat belooft wat!




vrijdag 5 december 2008
7-uur-'s-ochtends-overpeinzingen

Na mijn eerste nacht heerlijk geslapen te hebben - ondanks het vreselijke matras - begeef ik me naar de “badkamer” (een vertrek in het huis met een grote ton water). Ik neem een “douche” (was me zo goed en kwaad als het kan met het water uit de ton) en kleedt me aan. Ik loop naar buiten. De grote veranda van het huis kijkt uit op een grote tuin. Nou ja, een grote droge vlakte met wat cactussen. Ik zit op de drempel en neem de omgeving in me op. Ook al is het nog maar half zeven ’s ochtends, de zon brandt al op mijn armen. Ik zie het huisje van onze bewaker voor het eerst in daglicht. Een houten hutje, half verscholen achter een van de cactussen. De bewaker is – naar mijn idee- zeker 70 jaar oud, maar heeft een zoon van een jaar of 13 die hem constant volgt. Ook nu zie ik de bewaker rondscharrelen en zijn zoon hem volgen als een klein kuikentje dat bang is zijn moeder kwijt te raken. Ik kan van verre zien dat de jongen geestelijk gehandicapt is. Gisteren viel het me al op dat hij- toen hij aan zijn vader hing wanneer deze het hek voor me openmaakte- niet kan praten. Ik vraag me af of de oude man misschien zijn opa is en of zijn ouders hem misschien wel in de steek hebben gelaten. Of overleden zijn. Je weet maar nooit. Net als zijn vader (of zou het toch zijn opa zijn?) is de jongen gekleed in niet meer dan een paar vodden. Geen van beide draagt schoenen. En ze zijn broodmager. Ik vraag me af met hoeveel personen de bewakersfamilie in het hutje woont. Ik zie twee vrouwen in en uitlopen met hout en om een vuurtje te stoken. Ook apart, de twee vrouwen. Polygamie is normaal in deze streek. Voor de Androy (de grootste stam in het Zuiden) is het hebben van veel vrouwen een statussymbool. Misschien heeft de bewaker dus ook wel twee vrouwen.
Een stukje verderop, voor het hek, verkopen kinderen mango’s en geroosterde patate douce. Er komt een kar met zebu voorbij, het beest ploetert door het droge zand. De twee kinderen op de kar proberen het beest met een twijgje aan te sporen wat meer vaart te maken. Dan komt de grote WFP-jeep de tuin in scheuren om me op te halen. En besef ik me ineens hoe gigantisch de kloof tussen het dagelijkse leven van de mensen hier en mijn “luxe” leventje is...
dinsdag 2 december 2008
Tongasoa a Ambovombe !
Na de korte stop in Amboasary is het nog zo’n 30 kilometer naar Ambovombe, waar ik de komende drie weken zal vertoeven. Ik zit met mijn blote voeten op het dashboard en kijk naar het landschap dat zich aan ons voorbij trekt.
Na Amboasary begint ineens begint de droogte. Geen groene planten meer. En zeker geen regen. Volgens de Lonely Planet is het droge Zuiden “Every filmmaker’s wet dream”. Ik begrijp waarom. Het is alsof je aan het einde van de wereld bent beland. De rode vruchtbare aarde waar Madagascar zo bekend om staat gaat langzaamaan over in kurkdroog zand waar alleen de hardnekkigste planten kunnen overleven. En dat zijn cactussen. En hier en daar een eenzame baobab die zijn takken fier de lucht insteekt. Door de grillige natuur lijkt het alsof de tijd hier altijd stil heeft gestaan. Alsof de rest van de wereld volop in ontwikkeling was, maar dit stukje van de aarde al die tijd ongerept is gebleven.
Toch wonen ook hier mensen. Af en toe duikt er ineens iemand op uit de cactusbosjes langs de kant van de weg. Ik vraag me af waar mensen hier van kunnen leven. Er is namelijk helemaal niks.
Hoe dichter we Ambovombe naderen, hoe meer dorpjes opdoemen tussen de cactussen. Huisjes zijn niet groter dan een paar vierkante meter en niet hoger dan 1meter50. De muren bestaan uit niet meer dan een paar kromme takken.
Rond 14.00 uur rijden we eindelijk het stoffige stadje Ambovombe in en komen al snel aan bij het WFPkantoor: een klein geel met wit geschilderd huisje dat volgens het bord dat half aan het het gammele hek voor de deur hangt eerst als school diende.
Ik wordt bij binnenkomst hartelijk begroet en maak kennis met de staf. Chef de subbureau Balma (uit Burkina Faso) had ik al in Tana ontmoet en ik ben blij hem hier weer te treffen. Het is een grote, vrolijke kerel en ik kon in Tana meteen al goed met hem overweg. Balma heeft alle Conseiller Animateurs bijeengeroepen (de mannen die per motor alle schoolkantines bezoeken om het functioneren ervan te monitoren) om mijn missie voor de komende 3 weken te bespreken. De eerste week zal ik op kantoor in Ambovombe werken om de vragenlijsten voor de interviews te finaliseren. Daarna zal ik zoveel mogelijk scholen bezoeken om de magasiniers, cuisinieres (moeders die het eten koken) en de lokale gemeenschap (de ouders van de leerlingen) van de schoolkantines te interviewen. Het WFP voorziet de scholen namelijk van voedsel (rijst, gedroogde groenten en olie) en het is aan de ouders van de gemeenschap zelf om voor de infrastructuren (magazijn, eetzaal, keuken etc) te zorgen. Verder zijn de ouders verantwoordelijk voor het onderhoud van de kantine en moeten ze ervoor zorgen dat het voedsel dat elke drie maanden geleverd wordt veilig opgeslagen wordt om verliezen zo klein mogelijk te houden.
Zoals verwacht lopen echter nog lang niet alle schoolkantines zoals zou moeten. Aan de hand van de vragenlijsten ga ik analyseren welke kennis er ontbreekt. Zo wil ik weten hoe het bijvoorbeeld staat met de kennis van de cuisinieres wat betreft hygiene: Wassen ze bijvoorbeeld hun handen voordat ze het voedsel bereiden? Weten ze dat er een link bestaat tussen “besmet” voedsel en ziektes als diarrhee? (Nog steeds een belangrijke doodsoorzaak hier) En, ook erg belangrijk: Is het eten op tijd (om 9.15 uur) klaar zodat de kinderen de nodige energie binnen krijgen om zich te kunnen concentreren tijdens de lessen?
Wat betreft de magasiniers wil ik graag weten hoe ze het voedsel opslaan en of dit volgens de regels is. Zo moeten de zakken rijst en groenten op pallets geplaatst worden, “en couches alternee” (oftewel op een bepaalde manier gestapeld) en met genoeg ruimte tussen de vivres voor wekelijkse controle van de kwantiteit en kwaliteit. Verder is het ook hier van groot belang dat het magazijn schoon gehouden wordt. Dit om ratten en insecten die het voedsel kunnen aanvreten te voorkomen.
Voor de parents d’eleves (oftewel de lokale gemeenschap) is bewustwording noodzaak: Kennen de ouders de objectives van de cantines scolaires? Weten ze bijvoorbeeld dat de dagelijkse maaltijden bedoeld zijn om hun kinderen zich een paar uur lang te kunnen concentreren en ze zo een kans op een betere toekomst bij te gunnen? En dat het dus niet slechts gratis eten is? Met de verworven informatie zal ik communication tools ontwikkelen voor alle 1000 scholen in het Zuiden. In de vorm van posters en folders.
We flansen snel een strak programma in elkaar: De komende 3 weken zal ik op missie gaan en meer dan 20 scholen bezoeken. Er wordt een auto met chauffeur voor me geregeld en Tanasy -een van de conseiller animateurs- zal meegaan op missie om te tolken (bijna niemand spreekt hier namelijk Frans).
Om 7 uur s avonds ben ik doodop en ga eindelijk richting mijn nieuwe huis. Ik zal de tijd dat ik in Ambovombe ben slapen bij Anna, mijn Finse WFPcollega. Bij aankomst ben ik verrast: Ondanks dat wij -zoals ik moet geloven- in een van de luxere huizen van Ambovombe wonen is er geen stromend water en geen elektriciteit. Op de tast zoek ik uitgeput mijn bed op, tanden poetsen doe ik morgen wel...
Welkom in Ambovombe! ;-)
Fort Dauphin – Amboasary: Stop in het hoofddepot
Na ons rivieravontuur komen we al snel aan in Amboasary. Het depot ligt temidden van een verlaten sisalplantage. De grote groene planten hebben de tand des tijds weten te weerstaan, de huisjes waar de arbeiders woonden staan er verlaten bij. Het prikkeldraad waarmee het kantoor omheind is en de versleten WFPvlag die treurig wappert in de wind geven de omgeving een grimmig aanzien.
Bruno werkt samen met Tanasy (een van de Conseiller Animateurs- de mannen die op de motor tussen de scholen rondreizen en in de gaten houden of de kantines goed functioneren) in een klein geimproviseerd kantoortje, waarschijnlijk het oude kantoor van de sisal-baas.
Voor de handleidingen die ik aan het maken ben voor de magasiniers van de schoolkantines wil ik meer weten over welke regels er gelden in het magazijn.
Bruno leidt me rond door de depots. Hij vertelt me hoe de zakken rijst gestapeld moeten worden. Een van de jongens uit het dorp die in het depot werkt laat zien hoe het moet. Zijn zwarte haar is wit van het stof.
Het hoofddepot ziet er keurig uit. Alle zakken rijst zijn op een bepaalde manier gestapeld om de ruimte tussen de zakken zo klein mogelijk te houden. Zo wordt voorkomen dat ratten en andere hongerige beestjes hun tanden in het voedsel zetten. Verder is alles brandschoon. Het is duidelijk dat Bruno de zaak goed onder controle heeft.
Nu alleen de schoolmagazijnen nog. Je mag namelijk van geluk spreken als je een schoolmagazijn aantreft dat in redelijke staat is. De meeste magazijnen zijn niet meer dan houten hutjes, veel te klein voor alle zakken rijst en erwten. En het dak laat meestal ook te wensen over. Nadat Bruno me wat foto’s heeft laten zien van een aantal magazijnen, weet ik genoeg: Er is werk aan de winkel!
Ik stop mijn aantekeningen in mijn tas, zeg iedereen gedag en klim in de grote WFPauto.
De jongen met het stof in zijn haar zwaait ons uit terwijl we -een grote stofwolk achterlatend- het terrein afrijden.
Abonneren op:
Posts (Atom)